Web Analytics

Kleur laat zich niet vangen

Kleur laat zich niet vangen
Ik maakte een kleurendiagram in aquarel om een overzicht te krijgen van het mengbereik van mijn eigen paletkleuren.
Over observeren, classificeren, twijfel en de waarde van kleur in de wetenschap.

Begin januari bezocht ik het Natural History Museum in Londen. Bij een vitrine met daarin opgezette katachtigen viel de doffe, grauwe of soms bijna kleurloze vacht mij op. Een klein informatiebordje bevestigde mijn vermoeden, de opgezette dieren waren oud en de kleur was vervaagd door een onjuiste manier van conserveren en het verstrijken van de tijd. De vachten en verenkleden van de opgezette dieren in dit museum waren hun helderheid en glans verloren. Terwijl ik keek probeerde ik te begrijpen welke kleur ik níet meer zag en wát er daardoor niet meer was.

Het was ook daar, in de museumwinkel dat ik het boek 'Nature's Pallete, a colour reference system from the natural world' kocht. Niet gepland. Ik bladerde erin en voelde meteen een soort herkenning: Dit ging niet alleen over kleur maar ook over kijken. Over pogingen om kleur vast te leggen, te ordenen en te begrijpen (en zoals ik ná het lezen van het boek pas begreep, wat er daarbij allemaal 'mis' kan gaan en wat de wetenschappelijke waarde ervan is). Ik nam ook een muurposter mee: 'Werner's Nomenclature of Colours'. Een geordend kleurenschema, maar met een poëtische ogende insteek omdat ik bij de kleurvlakjes woorden las als 'Skimmed Milk White', 'Honey Yellow', 'Greenish Black' en 'Duck Green'.

Eenmaal thuis dook ik erin. Het boek, de plaat, herinneringen aan het museum en documentaires over ontdekkingsreizigers die ik eerder zag begonnen zich met elkaar te verbinden. Deze blog is het resultaat daarvan. Het is geen antwoord op wat kleur is maar wat kleur kan doen. Welke rol het speelde in de wetenschap en onze waarneming en hoe ik er nu over denk.

Orde in de chaos van een mineraloog

Aan het einde van de achttiende eeuw probeerde de Duitse geoloog en mineraloog Abraham Gottlob Werner (1749-1817) orde te scheppen in de classificering van mineralen. Mineralen en gesteenten werden ontdekt, verzameld en kregen namen. In een poging deze mineralen beter te kunnen onderscheiden van elkaar probeerde hij dit te doen met behulp van de vijf zintuigen: zicht, gevoel, geur, geluid en zelfs smaak. Waarbij volgens hem de zichtbare kleur de belangrijkste onderscheidende factor was. Daarom probeerde hij kleur in te zetten als diagnostisch criterium voor zijn gesteenteclassificatie, maar daar was nog geen werkbare methodologie voor. Zijn oplossing werd een lijst van 54 kleuren, een 'kleurennomenclatuur'. Een systeem waarin een tekstuele kleurbeschrijving werd gekoppeld aan een gesteente. De kleuren werden onderverdeeld in acht hoofd categorieën: wit, grijs, zwart, blauw, groen, geel, rood en bruin. Er werden geen kleurstalen gebruikt, de mineralen zelf waren immers de kleurenstaal. Dit resulteerde in kleurbeschrijvingen zoals 'Arterial Blood Red' en 'Wood Brown'. Deze beschrijvingen waren natuurlijk erg afhankelijk van context en interpretatie en alleen op de Universiteit waar Werner werkte was zijn stenencollectie in combinatie met de Nomenclature of Colours te bezichtigen.

Ondanks dat de beschreven kleuren prachtige namen hadden, had het niets te maken met kunst of poëzie of de schoonheid van kleur, het had alles te maken met objectiveren. Als twee geologen het over 'Blueish Green' hadden, dan moesten ze hetzelfde bedoelen. Kleur moest met deze kleurennomenclatuur een instrument worden en geen persoonlijke indruk. Ondanks die overtuiging, erkende Werner wel dat kleur alleen via het menselijk oog toegankelijk was en zijn objectieve ordening van kleur daarmee ook onderhevig was aan subjectieve waarneming. Kleur classificeren ging met het systeem van Werner dus op basis van herkenning, zo ontstond 'duck green' en 'lavender purple'. En zeg nou zelf, jij hebt toch ook gelijk een idee waar je het over hebt als je dat zegt?

Een beeld zegt meer dan.... juist. woorden.

Toch bleek als snel dat woorden alleen niet genoeg waren. Werners' beschrijvingen lieten teveel ruimte over voor interpretatie. Wat voor de een 'Olive Green' was, kon voor de ander net wat groener of grijzer uitvallen. Dat probleem werd opgepakt door Patrick Syme (1774-1845), een botanisch tekenaar uit Schotland.

Syme merkte op dat kleur niet eenduidiger wordt door haar preciezer te benoemen met woorden. Hij bouwde Werners' systeem verder uit door meer kleuren toe te voegen én door kleurstalen toe te voegen. Ook koppelde hij de kleuren aan herkenbare voorbeelden uit de natuurlijke wereld door te refereren naar planten, vogels en de namen van mineralen. Hierdoor kwam de kleurbeschrijving in context te staan, werd de bedoelde kleur relationeel en daarmee praktisch toepasbaar. De subjectiviteit was hiermee niet weg, maar objectiviteit ontstond omdat men beter kon vergelijken.

De beschrijving van de kleur 'Duck Green' en hoe deze als kleurstaal te maken werd door Syme als volgt beschreven.

"Duck Green, a new colour of Werner's, added since the publication of his nomenclautre; it is composed of emerald green, with a little indigo blue, much gamboge yellow, and a very little carmine red."

De beschrijving in tabel over groensoorten. (Syme, P. 1821: p.52 deel van originele scan)

De wereld op papier

Naarmate ik mij langduriger en dieper verdiepte in het thema 'kleur' en Werner's Nomenclature of Colours, begon ik ook beter te begrijpen waarom juist het boek, Nature's Pallete, in het winkeltje van het Natuur Historisch Museum lag. Werners' kleurensysteem speelde namelijk een belangrijke rol in de wetenschappelijke observaties van Charles Darwin tijdens zijn reis met de HMS Beagle. Die observaties droegen op hun beurt weer bij aan de ontwikkeling van de evolutietheorie en werden zo onderdeel van de natuur historie. En voilá, zo belandt een dergelijk boek over kleur, classificatie en waarneming in een museumwinkel.

Die behoefte om te kunnen waarnemen en classificeren ontstond in een periode waarin de wereld steeds meer op een wetenschappelijke manier werd onderzocht. Ontdekkingsreizen brachten onbekende planten, dieren en landschappen naar Europa, maar zonder het bestaan van fotografie was één vaardigheid cruciaal: Kunnen tekenen. En dat vind ik natuurlijk prachtig!

🔍
De eerste maritieme en koloniale ontdekkingsreizen vonden plaats tussen 1400-1600, zoals bijvoorbeeld Columbus in 1492. Tijdens die tochten lag de nadruk vooral op het ontdekken van nieuw land, het vergaren van rijkdom en macht en het verspreiden van religie. Waarnemingen werden meestal pas achteraf vastgelegd in schilderingen en illustraties en hadden zelden een natuurwetenschappelijk karakter; ze waren eerder mytisch en verhalend. Pas veel later veranderde dat, zoals bijvoorbeeld tijdens expedities zoals de reis van de HMS Beagle tussen 1831-1836. Daarbij voer Charles Darwin mee als natuuronderzoeker werden illustraties een belangrijk instrument om waarnemingen zo natuurgetrouw mogelijk vast te leggen.

Illustratoren zoals Maria Sibylla Merian, John James Audubon en ook wetenschappers als Charles Darwin vertrouwde dus op tekeningen om hun waarnemingen vast te leggen. Merian was een van de eersten die insecten tekende samen met de planten waarop ze leefden en bracht ook de metamorfose van rupsen tot vlinders in beeld. Audubon was schilder met een voorliefde voor ornithologie (vogelkunde) en werd bekend omdat hij een volledige verslaglegging in beeld maakte van alle vogelsoorten in Noord Amerika.

Uit de documentatie van Darwin blijkt dat hij de benamingen uit de nomenclature of colours van Werner en Syme gebruikte om de nieuwe soorten die hij tegen kwam te beschrijven. Dat deed hij niet per se om de schoonheid te beschrijven maar uit noodzaak. Hij realiseerde zich dat gedode dieren of geplukte planten al snel van kleur veranderde. Zelfs levende vissen onderwater hadden een andere kleur dan dezelfde levende vis bovenwater. Alleen de soort mee terugbrengen zou dus niet voldoende zijn, hij moest het ook ter plekke op een systematische manier beschrijven.

En precies dat had ik, zonder het mij toen volledig te realiseren, ook opgemerkt in het museum in Londen. De opgezette dieren waren vast ooit zorgvuldig geprepareerd, maar hun kleur vertelt nu niet meer het hele verhaal. De illustraties maakte het mogelijk om achteraf te delen wat niet mee terug kon reizen: kleur, vorm en ook context.

Het interessante aan die illustraties is ook dat ze ons vandaag nog vertellen hóe er werd gekeken. Wat werd er benadrukt? Wat werd weggelaten? Welke kleurverschillen waren relevant en welke niet? Als ik naar mijn eigen travelsketches kijk herken ik dat op een bepaalde manier ook terug. Ookal ben ik op reis niet in een natuurwetenschappelijke context bezig, ik leg niet vast wat objectief is maar wat míj opvalt en wat indruk maakt en ook daarin speelt kleur een rol.

Een eigen travelsketch van januari 2020 in het Vercors Massif in Frankrijk, de kleur 'Mountain Green' komt, heel toepasselijk, op de juiste plaats in terug!

Toen ik er langer over na dacht gaf het mij het inzicht dat kleur ondanks dat het tegenwoordig 'te vangen is' met een eyedropper in een HEX, HSB of RGB-code het toch tijdsgevoelig is, contextafhankelijk en dat bij elke poging die je doet om kleur te vangen, je iets anders verliest.

Want we hebben tegenwoordig kleuren teruggebracht tot een code, en dat is efficiënt en ook noodzakelijk voor hoe we nu werken. Maar zodra je iemand vraagt of hij een kleur kan benoemen of mooi vindt, dan val je gelijk terug op taal of gevoel. Iemand vindt iets 'blauwgroen' of wil het 'olijfkleurig', of wijst iets aan en zegt 'zoiets als dit'. De kleurcode lost het exacte communicatieprobleem op en maakt het technisch transformeerbaar maar het vervangt niet de ervaring. En dat is wat mij denk ik achteraf zo aantrok in het boek 'Natures Pallete' en de muurplaat, zeker gezien in de context van het museum. Het zichtbare zoeken naar kleur. De poging om zorgvuldig te kijken, langzaam waar te nemen en om woord en beeld te vinden om je waarneming te kunnen delen.

Voor het schrijven van deze blog maakte ik gebruik van de volgende bronnen:

  • Nature's Pallete, a colour reference system from the natrual world. 2nd ed. London: Thames & Hudson Ltd; 2024.
  • The Trustees of the Natural History Museum, Poster Werners Nomenclature of Colours. London: 2025.
  • Syme, P. Werner's Nomenclature of Colours: with additions, arranged so as to render it highly useful to the arts and sciences, particulary Zoology, Botany, Chemistry, Mineralogy, and Morbid Anatomy. Annexted to which are examples selected from well-known objects in the Animal, Vegetable, and Mineral Kingdoms. Edinburgh: James Ballantyne and Co; 1821. Geraadpleegd via Internet Achrive
  • Gould, J. The birds of Europe in five volumes, Vol. V Natotores. London: R. and J.E. Taylor, pub by the author; 1837. Geraadpleegd via Internet Archive.
  • Yonge, CM. The instructive picture book, or, Lessons from the vegetable world. Edinburgh: Edmonston & Douglas; 1858. Geraadpleegd via Internet Archive.
  • Rougeux, N. British & Exotic Mineralogy [Internet]. Chicago; 2020 Juli 25 [Geraadpleegd op 26 januari 2026] Geraadpleegd via: https://c82.net/mineralogy
  • Merian, MS. Metamorphosis insectorum surinamensium. Amsterdam; 1705. Geraadpleegd via Internet Archive
  • Wikipedia. Maria Sibylla Merian [Internet]. Geupdate 23 januari 2026 21:09UTC. [Geraadpleegd op 28 januari 2026] Geraadpleegd via: Wikipedia
  • Wikipedia. John James Audubon [Internet]. Geupdate 23 januari 2026 15:49UTC. [Geraadpleegd op 28 januari 2026 16:00] Geraadpleegd via: Wikipedia